Blog

17e en 18e eeuw en de grote nationale bibliotheken

In de 17e en 18e eeuw werd het verzamelen van boeken alom verbreid. Het motief was soms pure pronkzucht, maar vaak was het oprechte liefde voor de wetenschap. In heel Europa en Noord-Amerika werden verschillende prachtige particuliere verzamelingen aangelegd, waarvan er vele uiteindelijk de kern zouden worden van de grote nationale en staatsbibliotheken van vandaag – want in deze periode werden ook nieuwe nationale en universitaire verzamelingen aangelegd.

Er waren natuurlijk nog andere ontwikkelingen. In Engeland werden een aantal parochiebibliotheken opgericht, verbonden aan kerken en hoofdzakelijk bestemd voor gebruik door de geestelijkheid (een van de vroegste, in Grantham in Lincolnshire, werd reeds in 1598 opgericht, en sommige van de oorspronkelijke geketende boeken zijn er nog steeds te zien). Soms waren ze het resultaat van donaties door leken: een koopman uit Manchester, Humphrey Chetham, liet in 1653 geld na voor de oprichting van parochiebibliotheken in Bolton en Manchester en ook voor de oprichting van een stadsbibliotheek in Manchester (die nog steeds bestaat, ondergebracht in de oorspronkelijke boekenkasten, in het oorspronkelijke gebouw). Later, in de 18e eeuw, vooral in Engeland (maar ook elders in Europa) en de Verenigde Staten, was er een grote vogue voor de circulerende en abonnementsbibliotheken – verenigingen die naslagwerk en uitleencollecties voor hun leden verzorgden en veel invloed hadden op de vorming van de populaire literaire smaak, vooral in fictie.

Bibliotheekplanning

De privé-bibliotheken van machtige en invloedrijke verzamelaars, zoals kardinaal Mazarin in Frankrijk, waren zo groot dat een nieuwe aanpak van de bibliotheekorganisatie nodig was. De Escorial-bibliotheek in Madrid, die in 1584 werd gebouwd, was de eerste die de middeleeuwse boekenkassen, die loodrecht op de lichtbron stonden, afschafte en de collectie onderbracht in kisten die langs de muren stonden. De oude gewoonte om boeken aan de boekenkist vast te ketenen werd geleidelijk verlaten; en de overgang naar de huidige opstelling, staande boeken met de rug naar buiten, begon in Frankrijk waarschijnlijk met de persoonlijke bibliotheek van de jurist, staatsraad, historicus en bibliofiel Jacques-Auguste de Thou (d. 1617). De bibliotheek van Mazarin was in handen van Gabriel Naudé, die de eerste moderne verhandeling over bibliotheekeconomie schreef, Advis pour dresser une bibliothèque (1627; Advies voor het inrichten van een bibliotheek). Dit werk markeerde de overgang naar het tijdperk van de moderne bibliotheekpraktijk. Een van de eerste vruchten ervan was de bibliotheek van de dagboekschrijver Samuel Pepys; in de laatste 14 jaar van zijn leven besteedde Pepys veel tijd aan de ordening van zijn collectie, die hij naliet aan het Magdalene College in Cambridge.